Geschiedenis

Schapen, de heide en Drenthe, ze horen bij elkaar. Eigenlijk is die grote stille heide die we nu zo bewonderen het gevolg van het ingrijpen van de mens in de natuur. De heidevelden ontstonden in de loop van de middeleeuwen. Op de hoger gelegen gronden lieten de boeren in de bossen varkens, runderen, paarden en schapen grazen. Maar dat werden er steeds meer en de bossen verdwenen, de grond verschaalde en er kwam hei voor in de plaats. We kunnen ons dat nu bijna niet meer voorstellen, maar aan het einde van de 19e eeuw was Drenthe een vrijwel bosloze provincie. Dat de heide zoveel ruimte kreeg had alles te maken met de bevolkingsgroei in de loop der eeuwen. Om voldoende voedsel te kunnen verbouwen was er veel mest nodig voor de essen rond de dorpen en de ontwikkeling van nieuwe landbouwgronden. Schapen waren de belangrijkste mestleveranciers. De kuddes waren onmisbaar voor de bemesting om voldoende voeding te kunnen verbouwen voor de bevolking. Van oudsher was het schaap het kleinvee bij uitstek op de schrale gronden in Drenthe en om schapen te houden heb je veel heide nodig. In 1863 werden er in de provincie 114.000 schapen geteld en in de gemeente Odoorn al meer dan 6.000. Sommige schepers hadden wel 2.000 schapen “voor de stok”, zoals dat toen genoemd werd.

Exloo telde aanvankelijk twee schaapskuddes van ongeveer 1.500 schapen, maar de kudde van de familie Eding verdween in de jaren’40 van de vorige eeuw. In 1960 was er alleen nog de kudde van Roelof Steenbergen van zo’n 60 schapen. Met zijn 78 jaar vond Roelof het welletjes en besloot zijn herdersstaf neer te leggen. Daarmee dreigde dit belangrijke aspect van het Drents cultureel erfgoed verloren te gaan. De toenmalige burgemeester van Odoorn, Johan van Roijen, opperde het plan om de kudde te behouden en onder te brengen in de kooi van de boerderij tegenover het gemeentehuis. Dat pand was kort daarvoor door de gemeente verworven.
De gemeenteraad gaat akkoord met een krediet voor de overname en uitbreiding van de kudde tot 100 schapen en het geschikt maken van de kooi. In oktober 1960 vind de overdracht plaats met een plechtige ceremonie. Burgemeester Van Roijen bedankt de oude scheper Steenbergen voor al zijn goede zorgen en beidt hem een grote kist sigaren aan. De heer W. Prakken, de voorzitter van de plaatselijk VVV overhandigd twee schaapsbellen en de herdersstaf aan de burgemeester, die ze doorgeeft aan de nieuwe gemeentelijke herder Harm Renkes. Wethouder Hartman biedt namens de raad en het gemeentepersoneel, een ram aan.

Deze eerste gemeentelijke kudde in Exloo bestond voornamelijk uit Schoonebekers. Maar de nieuwe herder, hoewel een geboren Exloër, scheperde voor zijn aanstelling de schaapskudde van het Gooische Natuurreservaat, bestaande uit Drentse heideschapen. Toen in 1962 bleek dat deze kudde werd opgeheven was de burgemeester er als de kippen bij om deze kudde over te nemen en bij de kudde van Exloo te voegen. In het Nieuwsblad van het Noorden van 19 januari 1962 wordt de burgemeester geciteerd: “Drentse heideschapen zijn voor toeristen veel aantrekkelijker, het is de bedoeling geheel op dit ras over te schakelen”.

Vanaf het allereerste begin was het de bedoeling om het Drentse heideschaap voor de kudde van Exloo terug te fokken. In de loop der jaren waren de mooie gekrulhoornde Drenten gekruist met het Texelse ras en de Schoonebeekers, om typische vleesschapen te krijgen. De heer Koops, secretaris van de VVV is daar in een interview in 1960 heel helder over: “Onze veearts, dokter Holzhausen, heeft gezegd dat wij binnen vier jaar weer een zuiver ras in Exloo hebben”. Met de komst van de kudde uit het Gooi, ging dat dus aanmerkelijk sneller.

De publieksfunctie en de betekenis voor het toerisme waren van meet af aan een belangrijk aspect van de kudde. Hoewel de houding ten opzichte van het toerisme toen wel wat anders was dan nu. Om nogmaals de heer Koops te citeren: “De toeristen komen hier om rust te vinden. En wij willen niet al te veel reclame maken, omdat we bang zijn, dat deze heerlijke, deze zeldzame rust die tussen de bomen en over de heide hangt, verstoord zal worden. Dat het hier door toeristen besmet zal worden”.

Harm Rengers werd als eerste herder in gemeentelijke dienst opgevolgd door Geert Steenbergen, de zoon van Roelof, en Jan Eding. Jan werd in 1986 opgevolgd door Tienes Kaspers. De eerste jaren was Tienes nog in dienst van de gemeente, maar vanaf augustus 1994, toen de kudde werd overgedragen aan de beheersstichting, pachtte hij de kudde.
Deze omzetting van gemeentelijk beheer naar een beheersstichting had vooral te maken met het kunnen verwerven van subsidiegelden en om middels de stichting Vrienden van de schaapskudde Exloo, donateurs en sponsors te verwerven. De stichting Schaapskudde Exloo is de eigenaar van de schapen, Tienes “pachtte” de kudde middels een zogenaamde ‘negatieve pacht’ constructie, waarbij de pachtgever de pachtnemer een vergoeding geeft voor zijn diensten. Uit die vergoeding moet ook de kosten verbonden aan de kudde betaald worden. De opbrengsten van de kudde, in de vorm van wol en verkoop van lammeren en schapen is voor de herder.

Na het overlijden van Tienes Kaspers in 2014 is het pachtcontract overgegaan op zijn partner, Berber Ubbink. Na het verlopen van het pachtcontract in 2015 is de kudde voor korte tijd gescheperd door een interim herder. In het voorjaar 2016 zijn beide huidige herders aangesteld, Erika Visser en Monique Tielen die samen de kudde in deeltijd scheperen. De kudde staat er weer prachtig bij, is kerngezond en bestaat voor 100% uit stamboek Drentse heideschapen. De kudde is het uithangbord geworden van het Cittáslow beleid van de gemeente en is een toeristische attractie van allure. De kudde draagt nu ook bij tot de instandhouding van de heide en de gevarieerde flora en fauna die daarop gedijd. Daarmee is de cirkel rond, ze onderhouden nu het landschap dat ze onder de hoede van de mens zelf hebben gecreëerd.

Frans Schouten
(met dank aan alle auteurs van Spitwa(a)rk 2010 nummer 3)

Lees hier artikelen uit het blad Spitwa(a)rk 2010 nummer 3, dat geheel aan de schaapskudde van Exloo werd gewijd:

  1. Schaapskudde Exloo gaat in 1960 naar de gemeente
  2. Exloo houdt zijn kudde in 1960 dankzij de burgemeester
  3. Harm Rengers, de eerste herder in 1960
  4. De scheper dwaalt nog altijd over de Drentse heide
  5. De grote stille heide als enorme schapenweide
  6. Drentse schapen uit Goois natuurreservaat
  7. Oude schaapskooi in Exloo
  8. Het beroep van herder
  9. Scheper Tienus met schapen en honden onlosmakelijk verbonden met Exloo
  10. Gedicht over de kudde van Exloo
  11. Overdracht kudde voor de schaapskooi in 1960